New Born Rubber: een wereldprobleem oplossen vanuit Grootegast
Een revolutionaire oplossing voor een wereldwijd milieuprobleem. New Born Rubber uit Grootegast heeft een unieke methode ontwikkeld om rubber afvalstromen een nieuw leven te geven. Het bedrijf won in 2023 de Sustainable Industry Challenge van Chemport Europe en is momenteel samen met Teijin Aramid bezig om een pilotproject op te zetten om hoogwaarde aramidevezels terug te winnen uit transportbanden. ‘We kunnen heel veel alleen en we vragen niet snel om hulp, maar de steun van een goed netwerk scheelt enorm.'
New Born Rubber werd in 2021 opgericht, op basis van een gepatenteerde methode om gevulkaniseerd rubber af te breken en om te zetten in nieuwe producten. ‘De Rijksuniversiteit Groningen heeft deze methode ontwikkeld en wij hebben het patent overgenomen en het proces verder doorontwikkeld’, aldus Remco van Leeuwen, Projectmanager bij New Born Rubber. ‘Sinds een paar jaar hebben we daarvoor een pilotinstallatie, waarmee we op middelgrote schaal kunnen produceren.’
‘We kunnen daarmee bijna alle rubber afvalstromen weer omzetten in grondstoffen voor nieuwe hoogwaardige rubberproducten’, vervolgt Van Leeuwen ‘Dan kun je bijvoorbeeld denken aan afvalstromen als gebruikte autobanden, fietsbinnenbanden of technisch rubber. Dat breken we dan af door het toepassen van hoge druk en daarmee krijg je weer een volledig nieuw rubber wat één op één weer opnieuw toegepast kan worden door fabrikanten.’
Sustainable Industry Challenge
In 2023 deed New Born Rubber mee aan de Sustainable Industry Challenge en kwamen ze als winnaar uit de bus bij de challenge van Teijin Aramid. ‘Ze waren op zoek naar een manier om hoogwaardige aramidevezels terug te winnen uit de transportbanden die ze produceren voor de mijnbouwindustrie’, zegt Van Leeuwen. ‘Dat zijn transportbanden van soms wel 10 kilometer lang. Aramidevezels zijn natuurlijk niet onze core business, maar we krijgen van andere klanten ook oud rubber waar andere materialen in verwerkt zijn, dus we hebben zeker ook ervaring en affiniteit met scheiden .
‘En dat vinden we ook gewoon belangrijk, want het zou zonde zijn als we bij het verwerken van rubber een afvalstroom overhouden die we niet weer opnieuw hoogwaardig kunnen inzetten, of dat nou staal of textiel is, of in dit geval aramidevezels’, vervolgt Van Leeuwen. 'Met onze oplossing wonnen we de challenge van Teijin en we zijn inmiddels samen bezig om daar een pilot lijn voor op te zetten. Daar hebben we ondersteuning vanuit een subsidie voor aangevraagd en die wordt als het goed is een dezer dagen toegekend.’
Osaka World Expo 2025
Als challenge-winnaar mocht New Born Rubber haar oplossing ook presenteren tijdens de World Expo in Osaka in september van dit jaar. ‘Dat was natuurlijk een unieke ervaring en een mooie kans om samen met andere Noord-Nederlandse bedrijven de grote Japanse multinationals te laten zien wat we hier allemaal in dit kleine kikkerlandje doen’, zegt Van Leeuwen. ‘We hebben goede contacten opgedaan en we werden ook heel hartelijk ontvangen op het hoofdkantoor van Teijin.
‘We kregen daar een rondleiding en dan zie je ook dat Teijin als bedrijf ook veel breder is georiënteerd dan alleen de aramidevezel’, vervolgt Van Leeuwen. ‘En los van dat het een unieke ervaring is, helpt het ons ook om ons verhaal beter te promoten. Het is namelijk niet meer het Nederlandse verhaal dat vanuit Teijin Nederland naar Japan doorgezet moet worden, maar het is nu daar op het hoofdkantoor ook ter sprake geweest. En dat gaat ons denk ik denk ik ook helpen met een vervolg binnen Teijin.’
Lange adem en het belang van een goed netwerk
New Born Rubber is mooie stappen aan het zetten, maar dat is volgens Van Leeuwen ook een kwestie van een lange adem hebben als ondernemer: ‘De rubberindustrie is natuurlijk lange tijd gevrijwaard geweest van recycling en circulair gebruik. En als je het vergelijkt met andere sectoren, was de urgentie om echt circulaire stappen te zetten daarom ook minder hoog. Dat is nu wel langzaam aan het veranderen en bedrijven zien nu ook steeds meer de noodzaak ervan in, maar het is wel een industrie die nog steeds heel zoekende is daarin.’
‘Ik heb weleens een lange adem moeten hebben, maar hiervoor heb je wel echt een hele lange adem nodig', grapt Van Leeuwen. ‘We zien gelukkig wel steeds meer serieuze interesse in wat we doen. Het komt wel, maar het duurt lang. We zijn wat dat betreft ook wel een beetje de vreemde eend in de bijt hoor. We willen zoveel mogelijk dingen zelf doen en we vragen niet zo snel om hulp. Maar we merken wel dat de steun van een goed netwerk, zoals die van Chemport Europe, enorm scheelt. Of het nou gaat om financiering, bij de juiste mensen aan tafel komen of bijvoorbeeld ingangen bij gemeenten of de provincie om processen wat sneller te laten verlopen. Die kennis en kunde kunnen we heel goed gebruiken, omdat we nu ook verder willen opschalen.’
Verder opschalen
Hoe die opschaling en de toekomst eruit ziet? ‘We zijn aan het kijken naar een andere locatie om de productie verder uit te breiden', zegt Van Leeuwen. ‘En ook heel mooi, in onze beginjaren hadden we het idee dat de grote autobandenfabrikanten niet zo geïnteresseerd waren in wat we deden, maar intussen zitten we met drie om de tafel. En we zijn bezig met een project om bitumen op te waarderen met recyclaat rubber. Aan bitumen wordt namelijk ook virgin rubber toegevoegd en dat zouden wij dan kunnen vervangen. Daarmee kun je in die keten dus immense hoeveelheden rubber besparen en we kunnen daarmee qua tarief ook concurreren met virgin rubber.’
‘En we hebben onze technologie ook zo gemaakt dat het licentieerbaar is’, vervolgt Van Leeuwen. ‘Grootgebruikers zouden dit dus zelf in hun processen kunnen toepassen, waarbij ze dan een mix aan agents om het proces tot stand te brengen bij ons inkopen en wij ze de benodigde machinegegevens leveren. En uiteindelijk kunnen onze klanten dan zelf ook de kwaliteit in de gaten houden en dingen naar eigen behoefte afstellen. Dus dat betekent dat we veel sneller wereldwijd kunnen gaan opschalen, zonder dat we daarvoor honderd fabrieken over de hele wereld moeten gaan bouwen.’